Op dievenpad

[Dutch] Informatie over waar we zijn wordt niet alleen doorgegeven via internet, maar ook mobiele telefoons, ov-chipkaarten en tickets verraden allemaal of we van huis zijn. Het zijn gouden tijden voor dieven.

‘Pieter heeft zijn huis verlaten en bevindt zich nu in het Sloterparkbad.’ ‘Herman eet nu een BigMac.’ ‘Wat is het toch heerlijk op vakantie te zijn.’ ‘Over een uur heb ik een sollicitatiegesprek.’

Het zijn gouden tijden voor dieven. Vroeger waren het alleen huwelijksaankondigingen en overlijdensadvertenties die inbrekers op een idee brachten. Nu staat het hele internet vol met tips voor kwaadwillenden. Een Nederlandse site heeft onlangs een aantal van deze aanwijzingen samengebracht: http://pleaserobme.com/. Niet als dienstverleners aan de duistere kant van de samenleving, maar als waarschuwing.

Wie op de goede internetplek kijkt, weet ook waar ik ben. En omgekeerd weet ik waar mijn vrienden zijn. Zelfs een simpel bezoek aan websites laat al sporen van je positie na. Ik kan vrijwel alle bezoekers van mijn eigen website op enkele honderden meters nauwkeurig lokaliseren. Kijk maar op deze bladzijde. Elke internetaansluiting heeft een nummer, een zogeheten IP-adres, en dat is eenvoudig te herleiden naar een plek. Ik hoef alleen nog via een formuliertje je thuisadres te vragen, en klaar ben ik.

Plaatsinformatie wordt niet alleen doorgegeven via internet. Mobiele telefoons, ov-chipkaarten en tickets verraden allemaal of we van huis zijn. Elektriciteitsmeters, die op afstand worden uitgelezen, onthullen of we op vakantie zijn.

Kun je er iets tegen doen? Vooral voorzichtig zijn. Ik verraad niemand waar ik woon. Als ik een adres moet opgeven, gebruik ik mijn werkadres of postbus. Ik sta niet in het telefoonboek en ik zet mijn mobiele telefoon uit als niemand mag weten wat ik doe.

Maar het is een achterhoedegevecht, vrees ik. Steeds meer apparaten en diensten registreren waar we zijn; bewakingsdiensten experimenteren met camera’s die gezichten identificeren. Toch maar een beter slot op de deur.

(Oorspronkelijk gepubliceerd in Arts en Auto)